Boeren op Gods akker

Voorleven, opleiden, uitstralen


1 reactie

Onze wens voor jullie

Zo aan het einde van het jaar willen we jullie bedanken voor alle support, de aandacht, de vriendelijke woorden, gebed, financiële hulp en zo zijn er vast nog wel meer dingen waarvoor we jullie kunnen bedanken. We voelen ons rijk gezegend met jullie als achterban! Op dit moment zijn wij in Nederland om de feestdagen te vieren met familie en vrienden. De boerderij is in goede handen bij ons personeel, Everhard en Cees & Thea.

Wij wensen jullie hele fijne feestdagen toe en Gods zegen voor het nieuwe jaar. Dat het nieuwe jaar gevuld mag zijn met liefde en vrede en een hoop mooie nieuwe dingen!

Liefs Hans & Maaike, Mathias, Judith en Rowan

fotorcreated


2 reacties

De ontwikkeling van Fantanele #2

De vorige blog was het eerste deel in een serie van blogs over “ons” ontwikkelingswerk in Fantanele. Deze keer deel twee over onze beoogde doelgroep en wat we daarmee hopen te bereiken.

 

De doelgroep komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Onze acht jaar in Fantanele en de contacten die wij hebben opgebouwd met de bevolking hebben ons een mooi inzicht gegeven in de problemen die zich op het platteland voordoen.

Er is weinig werkgelegenheid op het platteland en de salarissen liggen laag (rond de 225 Euro per maand). Het buitenland is daarom erg populair omdat de salarissen daar veel hoger liggen. Jonge mensen vertrekken, de oudere mensen blijven over. Juist deze jonge mensen zijn belangrijk om het platteland bruisend en economisch gezond te houden. De jeugd ziet het nut van onderwijs niet in omdat ze in hun omgeving zien dat het geen garantie geeft op werk en als ze al werk vinden het salaris ze nog weinig ruimte geeft.

Een tweede bedreiging van het platteland is de schaalvergroting van de landbouw en de toename van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De landbouw heeft, zeker onder jonge mensen, een slechte reputatie. Voor hen staat het gelijk aan armoede. Ondanks dat het lijkt dat mensen op het Roemeense platteland heel dicht bij de natuur leven, is er weinig kennis van ecologie en ecologische processen.

 

Met het project Boeren op Gods akker willen wij in samenwerking met onze buren het platteland leefbaar houden en bijdragen aan verbetering. Hierbij richtten wij ons vooral op ondernemende bewoners bij ons uit het dorp. Deze mensen willen wij uitdagen, inspireren en op weg helpen om te gaan ondernemen met passie. Juist wanneer mensen de dingen doen die ze leuk vinden, waar ze misschien al wel jaren over dromen, zijn ze bereid om zich zodanig in te zetten dat hun onderneming tot een succes wordt. Succesvolle ondernemingen brengen geldstromen op gang en creëren werkgelegenheid. Dat biedt kansen voor de rest van de bevolking.

Persoonlijk contact en het opbouwen van een relatie met deze ondernemende Roemenen is een geweldige mogelijkheid om hen een stukje van Gods liefde voor mens, dier en natuur te laten zien.

 

Volgende keer:

De rol van de boerderij in het geheel. Waarom een “dure” melkveehouderij in de benen zetten?

 


1 reactie

De ontwikkeling van Fantanele # 1

In de komende blogs wil ik graag wat vertellen over onze visie op het ontwikkelingswerk in Fantanele. Alles in één grote blog wordt zo’n enorme lap tekst dat ik heb besloten om het op te delen. Dan blijft het leesbaar en als ik zorg voor een voldoende spannende “cliffhanger” dan staan jullie hopelijk allemaal te trappelen om het vervolg ook te lezen.

De allereerste intentie van de boerderij in Fantanele was om met de opbrengsten een klein plaatselijk ziekenhuisje te ondersteunen. Omdat de boerderij in die tijd niet al te best liep is stichting Romadopt op zoek gegaan naar een andere bedrijfsleider. Zo kwamen wij in 2008 in beeld. We waren net twee weken in Roemenië toen het plaatselijke ziekenhuisje definitief haar deuren sloot vanwege het gebrek aan financiële middelen. Voor ons een domper omdat wij altijd het idee hebben dat we niet alleen boer willen zijn om koeien te melken. Door ons werk als boer en boerin, willen we graag wat betekenen voor onze omgeving en een stukje van Gods liefde voor zijn schepping naar anderen uitstralen.

We zijn gaan nadenken over een nieuwe invulling van het ontwikkelingswerk. Lang hebben wij gedacht dat we ons zouden gaan richten op de ondersteuning en ontwikkeling van kleinschalige melkveehouders in de omgeving. We komen steeds meer tot de conclusie dat de melkveehouderij een behoorlijk kapitaal intensieve onderneming is en daardoor wellicht niet altijd even handig om in te investeren. Kleinschalige boeren met 2 of 3 koeien laten groeien naar 10 of meer koeien is financieel gezien een heel lastige klus. Er is meer land nodig om de koeien te voeren waardoor alles met de hand bewerken lastig is. Er moet dus een trekker komen of er moet loonwerk betaald worden. De stal moet groter er moet een melkmachine komen. Vervolgens leveren die 10 koeien met de huidige melkprijs net genoeg om de kosten te dekken. Ondanks al het geïnvesteerde vermogen is de melkveehouderij financieel gezien niet heel erg efficiënt.

Een volgend punt is dat in ons dorp het aantal (potentiële) melkveehouders niet heel erg groot is. We zouden ons op een groter gebied kunnen richten maar we willen juist wat betekenen voor “ons” dorp. Hier kennen wij de mensen, onze kinderen gaan met hun kinderen naar school. Hier zijn wij onderdeel aan het worden van de gemeenschap. Juist omdat we een relatie hebben met de mensen om ons heen hebben wij wat te vertellen. De Roemeense maatschappij is relatiegericht. We merken nu dat we met onze acht jaar in Roemenië eigenlijk nog maar net begonnen zijn. Het vertrouwen begint te groeien, ze zien dat wij, net als zij, ook hard werken om een inkomen te verdienen. De contacten van ons eerste jaar zijn voornamelijk Roemenen die peilen wat er te halen valt. De jaren daarna waren er relatief weinig contacten en de relaties waren voornamelijk zakelijk. Nu ontwikkelen zich uit de (zakelijke) contacten langzaamaan vriendschappen. Men is nieuwsgierig wat wij doen en waarom wij in vredesnaam het welvarende Nederland verlaten hebben om in Roemenië te gaan werken.

Volgende keer:

Nu wij zien dat we ons niet alleen om kleinschalige melkveehouders moeten richtten, waarop dan wel?